Niet alles wat ik maak, geraakt op de markt. En dat is precies de bedoeling.
Bij Goed. geldt één simpele regel: sta ik er zelf niet volledig achter, dan komt het er niet. De naam verplicht me daartoe — als je merk “Goed.” heet, dan moet het ook goed zijn. Dus ja, er zijn recepten gesneuveld. Twee blijven me bij.
Het eerste was een confituur van druif, porto en rozemarijn. De allereerste keer lukte ze prima: ik was vertrokken van een overschot druiven, en het resultaat was precies wat ik voor ogen had. Maar de keer daarna, met andere druiven, kreeg ik ze nooit meer dik genoeg. Ze bleef lopen. Waarschijnlijk zaten er te weinig tannines in die druiven, en zelfs een beetje citroenzuur — normaal mijn redmiddel om een confituur te laten binden — hielp niet. Ze was nog bruikbaar om een saus mee te verzoeten, maar als confituur op je boterham? Nee. Dus verdween ze uit het gamma.
Het tweede was kers, chocolade en Baileys. Op papier klinkt dat verleidelijk. In het potje viel het tegen: te vlak, te weinig spanning. Gewoon niet lekker genoeg naar mijn zin. Ook die heb ik laten vallen.
Het frustrerende — en tegelijk het mooie — is dat ik werk met wat de natuur geeft. Dezelfde druif is niet elk jaar dezelfde druif. Dat maakt sommige recepten wispelturig. Maar het houdt me ook eerlijk: ik kan niets forceren dat niet wil lukken.
Dat de meeste van mijn experimenten wél blijven, maakt me trots. En dat er af en toe eentje sneuvelt, betekent gewoon dat de regel werkt.
