Waarom “Goed.” een punt heeft

Een merknaam is een belofte. En de mijne is misschien wel de meest directe die er bestaat: Goed.

Toen ik een naam zocht, wist ik één ding zeker: hij moest goed klinken. Catchy. En “goed” — dat klinkt vanzelf goed. Je kunt er niet omheen. Maar er zit een addertje onder het gras: als je merk “Goed.” heet, dan moet het ook goed zijn. Je kunt onmogelijk iets afleveren dat minder is dan dat. De naam legt de lat meteen hoog, en eigenlijk vind ik dat wel iets hebben.

Het houdt me scherp. Elk product finetune ik tot ik er zelf volledig achter sta. Sta ik er niet achter, dan komt het niet op de markt — zo simpel is het. Het is een soort perfectionisme, geef ik toe. Maar het is ook gewoon eerlijk tegenover de mensen die mijn naam vertrouwen.

En dan dat puntje. Daar zit eerlijk gezegd geen diepe filosofie achter — toch niet in het begin. “Goed” zonder punt bestond namelijk al: het is de zorgwinkel van de mutualiteit. Om niet exact dezelfde naam te dragen, zette ik er een punt achter.

Maar gaandeweg ben ik dat puntje gaan waarderen. Het maakt de naam definitiever. Goed. Punt. Klaar. Het zegt eigenlijk precies wat ik bedoel: hier is iets dat goed is, en daar valt niet over te discussiëren.